SEGERS & EYSKENS Geassocieerde notarissen te Weelde

De doorgeefschenking

De techniek is vrij nieuw. Officieel heet dit: een schenking met ‘fideïcommis de residuo’. Het is een tweetrapsprocedé, waarbij de eigenaar dezelfde goederen opeenvolgend aan verschillende personen schenkt.
De schenker schenkt aan een eerste begiftigde, de bezwaarde. Daarbij bepaalt hij dat wat overblijft van die schenking, het residuum, bij het overlijden van de eerste begunstigde automatisch naar een tweede begiftigde gaat, de verwachter. Ook de verwachter wordt door de schenker expliciet aangewezen.
Twee personen worden dus in één beweging de begunstigde van dezelfde schenking. De tweede begiftigde moet alleen wachten tot de eerste is gestorven. De eerste begunstigde moet de geschonken goederen niet bewaren of intact houden. De tweede begiftigde ontvangt slechts wat na de dood van de bezwaarde overblijft.

Ook de tweede begiftigde krijgt rechtstreeks van de schenker - en dus niet van de bezwaarde. Daarom moet deze tweede begiftigde al bestaan op het ogenblik van de schenkingsakte, dat wil zeggen geboren of minstens al verwekt zijn. De tweede begiftigde moet - net zoals de eerste begiftigde - de schenking uitdrukkelijk aanvaarden tijdens het leven van de schenker.


Wanneer toepassen?

In drie concrete gevallen is de doorgeefschenking een nuttig instrument:

  1. Tussen kinderloze echtgenoten. De volle eigendom wordt eerst vermaakt aan de langst levende huwelijkspartner. Alles wat die niet opmaakt, gaat in tweede orde terug naar de eigen familie van de schenker.
  2. In relatie tot een gehandicapt kind. Ouders van een gehandicapt kind willen de persoon of de instelling belonen die zich over hun kind ontfermt, als zij zelf gestorven zijn. Ze vermaken bepaalde goederen aan het gehandicapt kind. En wijzen meteen de tweede begiftigde aan, die alles krijgt wat het gehandicapte kind nalaat.
  3. In de relatie grootouders - ouders - kleinkinderen.  X en Y hebben drie kinderen (A, B en C), die ieder op hun beurt twee kinderen hebben. X en Y schenken dan bijvoorbeeld hun effectenportefeuille aan hun kinderen, met beding dat wat bij hun dood overblijft automatisch naar hun kleinkinderen gaat, ‘per staak’.

Fiscaal interessant

De doorgeefschenking biedt ook fiscale mogelijkheden. Ook de fiscus gaat daar mee akkoord. Dat blijkt uit een recent geval, van een schenking van een beleggingsportefeuille tussen grootouders – ouders – (klein)kinderen.

De fiscus besliste als volgt. Op de eerste schenking, van de grootouders naar hun eigen kinderen, wordt 3% schenkingsrecht geheven. Bij de dood van de kinderen treedt de tweede schenking in werking. De kleinkinderen betalen dan ‘op wat rest’, opnieuw schenkingsrecht van 3%. Op deze tweede schenking worden dus geen successierechten geheven. Dat is een belangrijk fiscaal voordeel.

De schenkende opa ‘bevriest’ het schenkingstarief. Als de kleinkinderen de goederen krijgen van hun eigen ouders, gebeurt dit volgens het schenkingstarief uit de tijd dat opa de schenking deed, nu dus 3%. Ook al is dat tarief ondertussen een stuk hoger. En wat als het tarief daalt tot onder de 3%? Geen paniek. De eerste begiftigden geven dan al tijdens hun leven door aan hun kinderen tegen dit lager tarief.

Download de brochures

Over erven, schenkingen en
uw successieplanning.

meer info
Designed and developed by resilion.be