Successierechten op de gezinswoning. Vermindering in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
In Brussel is er geen vrijstelling van de gezinswoning maar een verlaging van de progressieve successietarieven op de vererving van de gezinswoning door de langstlevende samenwoner.
Deze verlaging van de tarieven kan -in tegenstelling tot in Vlaanderen- ook genoten worden door erfgenamen in rechte lijn (kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders) die een deel van de gezinswoning erven.
Hier wordt een verminderd tarief toegepast voor de samenwonende partner wanneer de nalatenschap tenminste een deel in volle eigendom omvat in de woning waar de erflater ingeschreven was gedurende een periode van tenminste 5 jaar voor de datum van zijn overlijden. Het feit dat de overledene zijn hoofdverblijfplaats had in dat onroerend goed blijkt uit een uittreksel van het bevolkingsregister.
De toepasselijke tarieven zijn:
| Tot € 50.000 | 2 % |
| Van € 50.000 tot € 100.000 | 5,3 % |
| Van € 100.000 tot € 175.000 | 6 % |
| Van € 175.000 tot € 250.000 | 12 % |
| Boven de € 250.000 zijn de gewone tarieven die gelden tussen samenwonenden van toepassing. | |
| Tabel: Basisberekening van de successierechten op de gezinswoning in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest | |
|---|---|
Concreet betekent dit dat het gewone tarief tot de schijf van € 250.000 met 1/3 wordt verminderd. Is het deel van de langstlevende samenwonende partner in de gezinswoning bijvoorbeeld gelijk aan € 175.000, dan moet hij hierop slechts € 8.150 successierechten betalen in plaats van € 12.250. Dit is dus een vermindering van successierechten van € 4.100.
Het bewijs van het feit dat de erflater zijn hoofdverblijfplaats had in het betrokken onroerend goed wordt geleverd met een uittreksel uit het bevolkingsregister.
Wanneer de erflater zijn hoofdverblijfplaats in het betrokken huis niet heeft kunnen behouden door overmacht, kan de langstlevende samenwonende partner toch nog van dit voordeeltarief genieten. Onder overmacht wordt verstaan: een staat van zorgbehoevendheid waardoor de erflater in de onmogelijkheid verkeerde om in de woning, zelfs met hulp van zijn gezin of van een gezinshulporganisatie, in te staan voor zijn lichamelijk of geestelijk welzijn.